parkeerplaats

mannelijk/vrouwelijk (de)/pɑrˈkerplats/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plek waar auto's of andere voertuigen geparkeerd kunnen worden
    We stoppen op een parkeerplaats aan de snelweg om even te rusten.
    Op de parkeerplaats ter grootte van een voetbalveld staat een handjevol vrachtwagens.
    Nooit eerder rende ik zó hard over een parkeerplaats naar een McDonald’s toen ik er eindelijk was.

Vertalingen

Engelsparking place, car park
Fransplace de stationnement, parking
DuitsParklücke, Parkplatz
Spaansaparcamiento, parking
Turkspark yeri, park, otopark