parnassijn
mannelijk (de)/pɑrnɑˈsɛin/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bestuurder van een joodse gemeente
- (verouderd), (vlinders) vlinder uit het geslacht , zoals de Apollovlinder
Etymologie
*[2] van Παρνασσός (Parnassos), de berg waar de Griekse god Apollo woonde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek