pasar

mannelijk (de)/ˈpɑsɑr/

Wat is de betekenis van pasar?

pasar betekent: (Nederlands-Indië) plaatselijke markt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (Nederlands-Indië) plaatselijke markt
  2. (Nederlands-Indië) terrein waar de markt wordt gehouden
  3. (Nederlands-Indië) dag binnen de vijfdaagse Javaanse kalender die bepaalde wanneer er markt wordt gehouden

Voorbeelden van "pasar" in een zin

  • De loods had een aparte uitgang naar buiten, opdat de vrouwen boodschappen konden doen op de pasar.
  • Zo was de stad na zonsondergang verboden terrein voor Javaanse handelaren. Overdag was hun territorium beperkt tot de nieuwe pasar langs de Tjiliwoeng, en mochten ze zich slechts met toestemming rond het Stadhuis en in de Herenstraat en Prinsenstraat ophouden.

Etymologie

*van "pasar", aangetroffen in de betekenis 'markt' vanaf 1636