passiva

onzijdig (het)/ˈpɑsiva/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. boekhouding (boekhouding) in geld uitgedrukte waarde van de schulden van een onderneming
    Gebouwen, voorraden en liquide middelen gelden als activa, de in patenten verzamelde kennis misschien ook. Schulden en het eigen vermogen horen bij de passiva.

Etymologie

*[1] in de betekenis van ‘de te betalen bedragen’ voor het eerst aangetroffen in 1703