past

/pɑst/

Wat is de betekenis van past?

past betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van passen

Betekenis

werkwoord
  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van passen
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van passen
  3. verouderd_in_het_nederlands, woorden met boekreferenties gebiedende wijs meervoud van passen

Voorbeelden van "past" in een zin

  • Jij past.
  • Hij past.
  • Past!
  • ' Maar Thea wordt net zo'n vrouw als Rebecca Bosman, die nog in de kleren past die ze op Thea's leeftijd droeg.

Betekenis en uitleg van past

Het woord 'past' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iets geschikt of passend is binnen een bepaalde context. Het kan ook betekenen dat iets goed aansluit bij een situatie of bij de verwachtingen van iemand.

Je gebruikt 'past' bijvoorbeeld wanneer je iets wilt beschrijven dat goed aansluit bij de omstandigheden of het karakter van iets of iemand. Het woord kan ook gebruikt worden om te duiden dat iets niet alleen geschikt is, maar ook als het ware 'in de haak' is. Denk bijvoorbeeld aan kleding die goed staat of een oplossing die perfect aansluit bij een probleem.

Voorbeelden

  • Deze jurk past perfect bij de gelegenheid van het feest.
  • Zijn ideeën passen niet goed binnen de huidige strategie van het team.
  • De kleur van de muren past mooi bij de meubels in de woonkamer.

Woordoorsprong

Het woord 'past' is afgeleid van het werkwoord 'passen', dat teruggaat naar het Middelnederlands en verwant is aan het Engelse 'to fit'.

Veelgestelde vragen over past

Wat is de betekenis van past?

past betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van passen

Hoeveel betekenissen heeft past?

past heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je past in een zin?

Voorbeeld: “Jij past.