pateen

vrouwelijk (de)/paˈten/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) (katholiek) (anglicaans) schotel voor de hostie, waarop deze tijdens de Heilige Mis wordt neergelegd en waarboven deze later wordt gebroken

Etymologie

*van Middelnederlands "patene", dat weer is ontleend aan Latijn "patena"

Vertalingen

Engelspaten
Spaanspatena