patiëntie

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geduld
    „Zo laat God de Heere soms Zijn eigen volk ende Zijn liefste kinderen slaven van mensen worden om haar te vernederen als ook om haar geloof ende patiëntie (geduld, JWW) te oefenen, in zonderheid ook om haar te kastijden, als sy Hem niet gediend hebben naar behoren; denk ook maar aan Jozef.”
  2. lijdzaamheid

Etymologie

* uit het Latijn