pek
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bitumineuze vaste stofDe rammeiers werden met hete pek bekogeld.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘teerproduct’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Engelspitch, prick, spades
Spaanspez
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek