pelargonium

mannelijk/vrouwelijk (de)/pelɑrˈɣonijʏm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht , die oorspronkelijk in zuidelijk Afrika voorkwamen maar nu op veel plaatsen als sierplant groeien
    Met geraniums is iets hinderlijks aan de hand: hun Latijnse naam wordt in het gewone taalgebruik geüsurpeerd door een verwante soort, de pelargonium. De pelargonium heeft een heel andere plaats in de samenleving dan de winterharde geranium: in de zomer snuffelen ze wat rond in gemeenteplantsoenen en op vensterbanken, en 's winters moeten ze binnenshuis worden vertroeteld als schoothondjes met een wollen jekkertje.
    Ander licht, dat eerst de pelargoniums op de vensterbank bijna transparant maakt, diept hem in zijn grijsblauwe overall even uit de duisternis onder de schoorsteen op.

Etymologie

*van modern Latijn "pelargonium", door de Franse botanist Charles Louis L'Héritier de Brutelle gevormd uit "πελαργός" (pelargós) "ooievaar" , omdat de kelkblaadjes zich na de bloei om vruchtbeginsel en stijl vouwen en de vorm die zo ontstaat doet denken aan een ooievaarsbek