pen

mannelijk/vrouwelijk (de)/pɛn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. instrument om met inkt te schrijven of te tekenen
    Hij schrijft met een pen.
  2. dat gedeelte van een vulpen waarmee de inkt over het papier verdeeld wordt
  3. biologie (biologie) lange, stevige veer van vogels
    Zijn er oude pennen blijven staan: tot de helft afknippen, dan laten uitdrogen en daarna pas trekken.[http://members.home.nl/eantonides/Goede%20duif%20eigenschappen.html aaraan moet een goede duif voldoen.], members.home.nl
  4. techniek (techniek) dunne staaf om in of door iets te steken
    Een metalen pen met gravering.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘schrijfgereedschap’ voor het eerst aangetroffen in 1351

Vertalingen

Engelspen, feather
Fransstylo
DuitsStift, Feder, Feder
Spaanspluma, pluma
Italiaanspenna
Portugeescaneta
Russischручка
Japansペン
Turkskalem
Poolspióro, długopis
Zweedspenna