pen
mannelijk/vrouwelijk (de)/pɛn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- instrument om met inkt te schrijven of te tekenenHij schrijft met een pen.
- dat gedeelte van een vulpen waarmee de inkt over het papier verdeeld wordt
- (biologie) lange, stevige veer van vogelsZijn er oude pennen blijven staan: tot de helft afknippen, dan laten uitdrogen en daarna pas trekken.[http://members.home.nl/eantonides/Goede%20duif%20eigenschappen.html aaraan moet een goede duif voldoen.], members.home.nl
- (techniek) dunne staaf om in of door iets te stekenEen metalen pen met gravering.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘schrijfgereedschap’ voor het eerst aangetroffen in 1351
Vertalingen
Engelspen, feather
Fransstylo
DuitsStift, Feder, Feder
Spaanspluma, pluma
Italiaanspenna
Portugeescaneta
Russischручка
Japansペン
Turkskalem
Poolspióro, długopis
Zweedspenna
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek