penitentie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) een boetedoening in de vorm van gebeden of goede werken, die na de belijdenis en absolutie van de zonden in de biecht door de priester aan de biechteling wordt opgelegd
  2. figuurlijk (figuurlijk) het doen van boete voor gepleegde morele overtredingen
    Na een jaar van penitentie mocht de voor doping veroordeelde sporter weer meespelen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘boete’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236