penurie

vrouwelijk (de)/peˈnyri/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. situatie waarin je erg in het nauw zit, toestand van ernstig gebrek
    Saint-Simon schrijft dat de koning ‘zich prostitueert’ als hij de steenrijke bankier Samuel Bernard rondleidt op Marly. ‘Het duurde niet lang voordat ik de reden vernam, waarna ik verbaasd stond hoe diep de grootste vorsten soms in de penurie zitten.’

Etymologie

* via "pénurie" van Latijn "penuria"