pepperspray
mannelijk (de)/ˈpɛpərˌspre/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- sterk prikkelend vloeistof in een spuitbus, die in de ogen van een aanvaller kan worden gespoten om hem zonder blijvende schade buiten gevecht te stellenZijn hand trok iets zwarts en hoekigs uit de binnenzak. Mijn ene hand klemde al om zijn pols en met de andere trok ik het busje uit mijn jaszak, hield het vlak voor zijn ogen en spoot ze vol pepperspray.
Etymologie
*van "pepperspray"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek