perfect
/pɛrˈfɛkt/
Wat is de betekenis van perfect?
perfect betekent: zonder enig gebrek
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- zonder enig gebrek
Voorbeelden van "perfect" in een zin
- De perfecte man of vrouw bestaat niet.
- Want het was goed hier, om niet te zeggen perfect, en ik zag geen reden waarom ik hier niet net zo lang zou kunnen blijven tot ik wist waar ik naartoe moest gaan.
Etymologie
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘volmaakt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1479
Vertalingen
Duitsperfekt
Engelsperfect
eoperfekta
fitäydellinen
Fransparfait
hutökéletes
ioperfekta
Italiaansperfetto
Portugeesperfeito
Spaansperfecto
Zweedsperfekt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek