personeel
onzijdig (het)/pɛrsoˈnel/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de personen die een bedrijf in loondienst heeft"Ik wens u een groot personeel" is een oude joodse vloek.
Etymologie
*afgeleid van persoon
Uitdrukkingen
- het onderwijzend personeel
Vertalingen
Engelspersonal, personnel
Franspersonnel
DuitsPersonal, Lehrerschaft, Lehrkörper
Spaanspersonal, personal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek