persoonsvorm

mannelijk/vrouwelijk (de)/pɛrˈsoːnsˌfɔrm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grammatica (grammatica) vervoegde werkwoordsvorm die in persoon en getal (enkelvoud vs. meervoud) met het onderwerp overeenstemt en in een andere tijd kan worden overgebracht.
    De persoonsvorm en het onderwerp vormen samen de zinskern.

Vertalingen

Engelsfinite verb
Fransverbe fini
Duitsfinite Verbform, finites Verb
Spaansforma personal
Italiaansverbo finito
Portugeesverbo finito