pesten
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) jennen, treiterenBen jij op school weer gepest?
Etymologie
*afgeleid van pest , in de betekenis van 'als een pest voor iemand zijn, hem ondraaglijk kwellen'
Vertalingen
Engelspester, bully
Duitspiesacken, reizen, harceler
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek