petsjorapieper

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht . Het verenkleed is sterk bruingroen gestreept. Op de rug lopen twee lichte, gevlekte strepen. De helder roze poten hebben een gelige glans

Etymologie

* (geoniem),