peuren

/ˈpørə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) wroeten, peuteren
  2. intr (intr) paling vissen met een peur
  3. ov (ov) vangen met een peur
  4. intr, figuurlijk (intr) (figuurlijk) iets trachten te krijgen

Etymologie

*[zelfstandig naamwoord] peur met uitgang -en