pias
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hansworst, clown, grappenmaker, lachwekkend figuurDie pias krijgt nog eens een ongeluk als hij zo doorgaat.
Etymologie
* In de betekenis van ‘hansworst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1842
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek