pijjekker
mannelijk (de)/ˈpɛijɛkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) halflange overjas van zware stof, zoals vroeger wel gedragen door zeeliedenDaarna sprak men van het ‘schip van Staat’, aan welks roer die Eerste minister - nu in pijjekker en waterlaarzen, met vaste hand richting gaf - wat helaas, niet altijd het vaartuig voor stranden behoedde.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek