pijnhout

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hout afkomstig van naaldbomen
    Duidelijk is wel dat ze onder de neus van de pastor zijn weggehaald en vervangen door onwaardig spul in een poging de roof te camoufleren: 'Kijk wat we nu hebben, deuren van derderangs pijnhout, het goedkoopste van het goedkoopste. Slechte kwaliteit en bovendien zijn ze van ongelijke lengte.'