pijp

mannelijk/vrouwelijk (de)/pɛi̯p/

Wat is de betekenis van pijp?

pijp betekent: buis

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. buis
  2. broekspijp
  3. tabakspijp
  4. orgelpijp

Voorbeelden van "pijp" in een zin

  • Lichtjes die branden tot aan de zee, drukte in de straten, getoeter, een motorfiets die met knallende pijp optrekt, een hond die blaft.
  • Hij steekt zijn hand in zijn zak om er een aardewerken pijp met een lange steel uit te halen.
  • Hij schreef later in zijn verslag dat hij 'met zijn pijp tussen zijn tanden geklemd' nog net op tijd de autobumper had kunnen vastgrijpen en overeind had kunnen krabbelen.
  • Pogue stak zijn pijp op en ging languit onder een boom een boek lezen.

Betekenis en uitleg van pijp

Een pijp is een holle buis die vaak gebruikt wordt voor het transporteren van vloeistoffen of gassen. Daarnaast kan het ook verwijzen naar de tabakspijp, waarmee mensen tabak kunnen roken.

Het woord 'pijp' wordt vaak gebruikt in technische contexten, zoals bij leidingen in de bouw of industrie. In de informele sfeer kan het ook verwijzen naar het roken van tabak, waarbij de pijp een belangrijk onderdeel van de rookervaring is. De context waarin je het woord gebruikt, kan de betekenis sterk beïnvloeden.

Voorbeelden

  • De loodgieter verving de oude pijp omdat deze lekte.
  • Na het diner genoot hij van een rustige avond met zijn favoriete pijp en tabak.
  • De muzikant blies krachtig in de pijp, waardoor de melodie door de hele zaal weerklonk.

Woordoorsprong

Het woord 'pijp' is afkomstig uit het Middelnederlands, waar het ook al een soortgelijke betekenis had. Het is verwant aan woorden in andere Germaanse talen die verwijzen naar buizen of holle voorwerpen.

Veelgestelde vragen over pijp

Wat is de betekenis van pijp?

pijp betekent: buis

Hoeveel betekenissen heeft pijp?

pijp heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft pijp?

pijp is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je pijp in een zin?

Voorbeeld: “Lichtjes die branden tot aan de zee, drukte in de straten, getoeter, een motorfiets die met knallende pijp optrekt, een hond die blaft.

Etymologie

* In de betekenis van ‘rookgerei’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1693

Uitdrukkingen

  • de pijp uit gaandoodgaan
  • de pijp aan Maarten geven
  • [[de pijp aan Maarten gevenDe pijp aan Maarten geven]]|opgeven, doodgaan|num=3
  • een lelijke/ zware pijp rokendoor eigen schuld in moeilijkheden komen|num=3
  • [[pijpenstelen regenenpijpenstelen regenen]]|heel hard regenen|num=3

Vertalingen

Engelspipe, tube
Spaanspipa, tubo, pernera