pijpensteel
mannelijk (de)/ˈpɛipə(n)ˌstel/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het lange deel van een (stenen Goudse) tabakspijp waardoor de rook van de pijpenkop naar het mondstuk gaatHet archief bevat bijvoorbeeld brieven van vrienden als Remco Campert, Hugo Claus, Lucebert en Simon Vinkenoog. Ook zit er een typoscript bij van een nooit uitgegeven dichtbundel en potscherven en stukken pijpensteel die Kousbroek vond aan het strand op het Indonesische Banda in 1987. Volkskrant 12 december 2012En ja, het regent pijpenstelen zegt iets over oud-Nederlandse rookgewoontes, want vanaf het begin van de 17de eeuw was het voor Nederlandse mannen heel gewoon om een pijp te roken. Het meest kenmerkende van zo’n pijp was de lange, dunne steel en dat leverde diverse uitdrukkingen op. Zo zei men onder meer: zo dun als een pijpsteel en van dunne benen zeggen wij nog altijd: het lijken wel pijpenstelen. NRC Ewoud Sanders 28 september 2015
Uitdrukkingen
- het regent pijpenstelen — het regent heel hard
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek