pikhouweel
onzijdig (het)/ˈpɪkhʌʊʋɪ:ɫ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hakwerktuig met steel, voorzien van een punt aan de ene zijde en een beitelachtige voorziening aan de andere zijdeKan je me het pikhouweel even aangeven? Ik krijg deze steen niet los.
Etymologie
*Samenstelling van het verouderde pik (puntig ijzer) en houweel
Vertalingen
Engelspick
Franspioche
DuitsKreuzhacke
Spaanspico
Italiaanspiccone
Zweedshacka, korp
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek