Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

pikzalf

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpɪksɑlᵊf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis, medisch (geschiedenis) (medisch) huidsmeersel waarin teer is verwerkt
    De pik, waaruit alle vluchtige benzolderivaten enz. verwijderd zijn, bestaat in hoofdzaak uit harsachtige stoffen en harszuren (…) en kan als zwakke huidprikkel dienst doen. Vandaar, dat zij even als de pikzalf: Unguentum basilicum of picis [60 deelen olijfolie, 10 deelen gele was, 15 deelen hars (colophoniurn) en 15 deelen pik], die uitwendig bij rheumatische pijnen en huidziekten wordt aanbevolen, nog bij ons officineel is.