ping
mannelijk (de)/pɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informatica) een test op internet vanuit de server om te zien of een account/terminal nog actief is
- hinderlijk geluid dat dient om de aandacht te trekkenElke zondagochtend, volgens onderzoek overigens hét moment dat er aan de wekelijkse seksfrequentie wordt gewerkt, komt Apple even ons leven binnen. Ping. Goedemorgen iPhone-bezitter, hier zijn we weer met wat leuke statistische gegevens over uw telefoongebruik. Een keurig weekoverzicht licht op waarin zaken als het aantal schermminuten, productiviteit, de keren dat de telefoon is gepakt en het sociale-mediagebruik zijn uitgespeld. De Telegraaf BABETTE WIERINGA 03 nov. 2018 [https://www.telegraaf.nl/vrij/2755640/taboe-rijker-onze-schermtijd Taboe rijker: onze schermtijd]
Etymologie
* klanknabootsing
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek