pistache
mannelijk/vrouwelijk (de)/pisˈtɑʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor kleine bomen uit het geslacht
- (plantkunde) echte pistache,
- (voeding) noot van de Pistacia vera
- (jongerentaal) het op hetzelfde moment allebei hetzelfde zeggenWe zeiden allebei op hetzelfde moment "bingo", dat was een pistache.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘groene amandel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1608
Vertalingen
Engelspistachio
Franspistache
DuitsPistazie
Spaanspistacho
Italiaanspistacchio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek