piston

mannelijk (de)/pisˈtɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) koperen blaasinstrument met ventielen
  2. ventiel van een koperen blaasinstrument
  3. motortechniek (motortechniek) zuiger
  4. kruiwagen
zelfstandig naamwoord
  1. vat om urine in te verzamelen

Etymologie

*[A] via """ van "pistone", in de betekenis van ‘zuiger, ventiel’ aangetroffen vanaf 1824

Vertalingen

Spaansémbolo, pistón