Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
pitjesbak
mannelijk (de)/ˈpɪcəzˌbɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spel) Vlaams dobbelspel met drie dobbelstenen voor twee tot acht spelersToen ging het dus om een dobbelspel, vergelijkbaar met ‘pitjesbak’, dat in twee ploegen van zes spelers werd gespeeld.
- met vilt beklede zes- of achthoekige bak om dobbelstenen in te werpenHij maakt de zaken eenvoudiger en speelt niet met de pitjesbak om te zien wie er moet betalen, zegt hij.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek