Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

pitjesbak

mannelijk (de)/ˈpɪcəzˌbɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spel (spel) Vlaams dobbelspel met drie dobbelstenen voor twee tot acht spelers
    Toen ging het dus om een dobbelspel, vergelijkbaar met ‘pitjesbak’, dat in twee ploegen van zes spelers werd gespeeld.
  2. met vilt beklede zes- of achthoekige bak om dobbelstenen in te werpen
    Hij maakt de zaken eenvoudiger en speelt niet met de pitjesbak om te zien wie er moet betalen, zegt hij.