pitspoes
vrouwelijk (de)/ˈpɪtspus/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (pejoratief) vrouw die de marketing verzorgt bij een formule-1-wedstrijdUiteindelijk bediende hij de bevolking op haar wensen: eens goed lachen en vervolgens wegdromen bij Van Rossems Ferrari’s, zijn jacht, zijn pitspoezen, zijn F1-renstal, zijn miljarden, zijn amoureuze escapades.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek