plaag
Wat is de betekenis van plaag?
plaag betekent: (religie) door God gezonden onheil, ramp
Betekenis
- (religie) door God gezonden onheil, ramp
- (figuurlijk) een wijdverspreid ongemak of fysieke bedreiging veroorzaakt door een buitensporig optreden van organismen als insecten, bacteriën, knaagdieren enz
Voorbeelden van "plaag" in een zin
- Een dier dat in zijn land van herkomst een normaal deel van de natuur is, kan best ergens anders een plaag veroorzaken, zoals in Australië met de konijnen gebeurd is.
Betekenis en uitleg van plaag
Een plaag verwijst naar een grote, ongewenste hoeveelheid van iets dat hinderlijk of schadelijk is. Dit kan variëren van insecten die gewassen aantasten tot een overlast van mensen of dingen in het dagelijks leven.
Het woord 'plaag' wordt vaak gebruikt in de context van plagen die schadelijk zijn voor de natuur of de landbouw, zoals een zwerm sprinkhanen. Daarnaast kan het ook figuurlijk worden gebruikt om een situatie te beschrijven waarin iemand of iets als een last wordt ervaren. De nuance van het woord kan variëren van een milde overlast tot een ernstige bedreiging.
Voorbeelden
- De tuin was veranderd in een waar strijdtoneel door de plaag van luizen die de rozen hadden aangevallen.
- Na de zware regenval kwam er een plaag van muggen opzetten, waardoor het bijna onmogelijk was om buiten te zitten.
- De kinderen beschouwden de nieuwe regels op school als een plaag die hun speelplezier verstoorde.
Woordoorsprong
Het woord 'plaag' is afgeleid van het Middelnederlands 'plaghe', wat belastend of hinderlijk betekent. Het heeft verwantschap met het woord 'plagen', dat ook te maken heeft met het toebrengen van ongemak of schade.
Veelgestelde vragen over plaag
Wat is de betekenis van plaag?
plaag betekent: (religie) door God gezonden onheil, ramp
Hoeveel betekenissen heeft plaag?
plaag heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft plaag?
plaag is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je plaag in een zin?
Voorbeeld: “Een dier dat in zijn land van herkomst een normaal deel van de natuur is, kan best ergens anders een plaag veroorzaken, zoals in Australië met de konijnen gebeurd is.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn "plaga" “slag”, “wond”, in de (christelijke) betekenis van ‘(door God gezonden) onheil’ voor het eerst aangetroffen in 1240.