plagen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets of iemand lastigvallen, teisteren, kwellen
    Griekenland wordt geplaagd door grote financiële problemen.
  2. ov (ov) iemand goedmoedig pesten
    Als ik zo afwezig was plaagde ze me vroeger wel eens door tussen neus en lippen te melden dat ze zwanger was, waarbij ik uit afwezigheid niet eens opkeek.

Etymologie

* In de betekenis van ‘speels kwellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265

Vertalingen

Engelsvex, tease
Fransvexer, gêner, taquiner
Duitsplagen, necken
Spaansvejar, afligir, fastidiar
Zweedsreta
Deensdrille