plan
onzijdig (het)/plɑn/
Wat is de betekenis van plan?
plan betekent: een voorgenomen handelswijze
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een voorgenomen handelswijze
- een idee van iets dat men wil gaan doen
- een ontwerp voor een ruimtelijke of economische ordening
- niveau
- de perspectiefverdeling van een schilderij of vergezicht
- plattegrond
Voorbeelden van "plan" in een zin
- Het plan om vroeg op te staan mislukte doordat de wekker niet afging.
- Waarom had ik geen donder gehoord of bliksem gezien tijdens mijn tocht omhoog? Wat had ik nu spijt van het plan om de zonsondergang en zonsopkomst vanaf de top te willen gaan bekijken.
- Hij is een plan aan het beramen.
- We gingen met z'n allen een plan ontwerpen.
- Hij ging het op een hoger plan brengen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ontwerp, voornemen’ voor het eerst aangetroffen in 1674
Uitdrukkingen
- Een onbekookt plan (hebben) — een plan hebben waar niet goed over is nagedacht
- Je plan trekken — het zelf uitzoeken
Vertalingen
Engelsplan
DuitsPlan
Spaansplan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek