plannenmaker

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die iets voorbereidt dat later kan worden uitgevoerd.
    De plannenmaker had geen rekening gehouden met de bezwaarschriften die zouden kunnen worden ingediend.
    De drie plannenmakers hadden alle drie een ander voorstel gedaan zodat de gemeenteraad echt iets te kiezen had.

Etymologie

*samenstelling van plan en van maken