plano
mannelijk (de)/ˈplano/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ongevouwen blad papier dat maar aan één kant bedrukt isMoordliederen, niet zelden met een flinke dosis moraal en religie doorspekt, werden vaak op plano gedrukt en kort na de beschreven gebeurtenis uitgevent.
- ongevouwen blad, waaruit met vouwen en snijden een katern wordt gemaaktIn middeleeuwse perkamenten handschriften vindt men als regel in een opening de haarzijde van het perkament tegenover haarzijde, of vleeszijde tegenover vleeszijde. Dit is niet alleen het geval bij uit een plano gevouwen katernen, waarbij de delen van het vel die tegenover elkaar komen te liggen vanzelf dezelfde kant van het perkament zijn.
Etymologie
*van Latijn "plano" als verkorting van "in plano folio": "op een vlak blad"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek