plant

mannelijk/vrouwelijk (de)/plɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) organisme dat kooldioxide opneemt en zuurstof afgeeft
  2. van stengel en bladeren voorzien gewas dat zijn voedsel uit de aarde opneemt
  3. verouderd, anatomie (verouderd) (anatomie) onderkant van de voet
zelfstandig naamwoord
  1. bedrijf (bedrijf) fabriek die een onderdeel van een industriële vestiging vormt

Etymologie

*[C] "plan" met de uitgang -t

Vertalingen

Engelsplant, plant
Fransplante, plante
DuitsPflanze, Pflanze, Gewächs
Spaansplanta, planta
Poolsroślina, roślina