plant
mannelijk/vrouwelijk (de)/plɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) organisme dat kooldioxide opneemt en zuurstof afgeeft
- van stengel en bladeren voorzien gewas dat zijn voedsel uit de aarde opneemt
- (verouderd) (anatomie) onderkant van de voet
zelfstandig naamwoord
- (bedrijf) fabriek die een onderdeel van een industriële vestiging vormt
Etymologie
*[C] "plan" met de uitgang -t
Vertalingen
Engelsplant, plant
Fransplante, plante
DuitsPflanze, Pflanze, Gewächs
Spaansplanta, planta
Poolsroślina, roślina
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek