platleggen
/ˈplɑtlɛɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) in een vlakke stand op de grond of ergens anders op leggenZe gromt naar Jack en legt haar oren plat tegen haar kop.
- (ov) slopen of voorgoed buiten werking stellenDe mijnbouwers zijn intussen woedend. De mijnbouwkamer noemt Lopez' sluitingen 'onwettig en oneerlijk' en spreekt van onbehoorlijk bestuur, omdat de resultaten van het onderzoek vorig jaar niet met de sector zijn gedeeld. Volgens Artemio Disini van de kamer is Lopez vooringenomen. 'Zij wil gewoon alle mijnbouw in de Filipijnen platleggen.' Volkskrant Ben van Raaij 7 februari 2017
- (ov) (figuurlijk) door werkstaking stilleggenEen fabriek platleggen voor amper twee seconden. Voor buitenstaanders lijkt het van de pot gerukt, maar ervaren arbeiders zoals ACV-vakbondsman Gino Hautekeete die al 29 jaar dienst bij Volvo is, begrijpen het maar al te goed. ‘De eerste dagen aan de band bij Volvo zijn niet de mooiste. Je kan met moeite een plug recht indraaien. Het belang van routine is niet te onderschatten.’ de Standaard 12 september 2017
- (ov) zorgen dat iets niet meer werktHet inbreken in computersystemen of het platleggen daarvan wordt strafbaar.
Vertalingen
Engelslay flat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek