playback
mannelijk (de)pleˈbɛk
Wat is de betekenis van playback?
playback betekent: net doen alsof men zingt of musiceert, terwijl het geluid van een opname komt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- net doen alsof men zingt of musiceert, terwijl het geluid van een opname komt
bijwoord
- het playback zingen of musiceren
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van playbacken
- gebiedende wijs van playbacken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van playbacken
Voorbeelden van "playback" in een zin
- Ik playback.
- Playback!
- Playback je?
Etymologie
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘afspelen van een geluidsband waarbij de artiest alleen de gebaren maakt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1965
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek