pleister
/ˈplɛistər/
Wat is de betekenis van pleister?
pleister betekent: (bouwkunde) (n) kalkmengsel om te gieten of muren mee te besmeren
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) (n) kalkmengsel om te gieten of muren mee te besmeren
- (medisch) (f)/(m) dun velletje zelfklevend verband dat op de huid geplakt wordt, ter bescherming bij een kleine wond of blaar of om iets tijdelijk aan het lichaam vast te maken
- (figuurlijk) lapmiddel dat geen echte oplossing is
Voorbeelden van "pleister" in een zin
- Als je je in je vinger gesneden hebt, kan je er beter een pleister op doen.
Etymologie
* van Middelnederlands "plastre" / "plaister", in de betekenis van "specie waarmee gepleisterd wordt" voor het eerst aangetroffen in 1477, mogelijk via "plastre" van middeleeuws Latijn "plastrum" / "plaustrum" "kalkmengsel, pleisterzalf"
Vertalingen
Engelsplaster, plaster, sticking plaster
Fransplâtre, crépi, sparadrap
DuitsPutzmörtel, Pflaster, Heftpflaster
Spaansescayola, estuco, tirita
Italiaansgesso, stucco, cerotto
Portugeesreboco, adesivo, esparadrapo
Russischпластырь, штукатурка
Zweedsputs, rappning, plåster
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek