pleuren
/ˈplørə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (informeel) smijten, met kracht maar weinig zorgzaam plaatsenHij stormde opgewonden mijn kamer in en pleurde zijn jas op een stoel.Als je in de club lastig doet, pleuren de portiers je zo op straat.
- (erga) (informeel) vallen, vaak met veel geweldDe perforator is zojuist van mijn bureau gepleurd.Kijk maar uit, één misstap en je pleurt in het ravijn!
Etymologie
*wellicht van Middelnederlands "pluderen" "kletsen" en "herrie maken" door samentrekking
Uitdrukkingen
- bakkie pleur — kopje koffie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek