Pluvier
mannelijk/vrouwelijk (de)/plyˈvir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steltloperachtigen) benaming voor alle vogels uit de geslacht , vrij gedrongen steltlopers met een korte nek en lange, meestal puntige vleugels
- (steltloperachtigen) benaming voor sommige steltlopers, orde buiten het geslacht die daarop lijken
Etymologie
*via Middelnederlands "pluvier" van "plouvier" onder invloed van vulgair Latijn *pluviarius "regenvogel", in de betekenis van ‘steltloper’ voor het eerst aangetroffen in 1272
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek