Pluvier

mannelijk/vrouwelijk (de)/plyˈvir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. steltloperachtigen (steltloperachtigen) benaming voor alle vogels uit de geslacht , vrij gedrongen steltlopers met een korte nek en lange, meestal puntige vleugels
  2. steltloperachtigen (steltloperachtigen) benaming voor sommige steltlopers, orde buiten het geslacht die daarop lijken

Etymologie

*via Middelnederlands "pluvier" van "plouvier" onder invloed van vulgair Latijn *pluviarius "regenvogel", in de betekenis van ‘steltloper’ voor het eerst aangetroffen in 1272