poco
mannelijk (de)/ˈpoko/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) iemand die culturele minderheden in uitingen en gedrag overmatig tegemoet wil komenEen poco noemt zichzelf wel politiek correct, in realiteit is het nergens 'correct'. Het slaat tegenwoordig op het blindelings verdedigen op wat zij als een 'underdog' zien.
Etymologie
#(muziek) een beetje (geeft aan dat de daaropvolgende aanwijzing niet al te nadrukkelijk moet worden gevolgd)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek