poeder
/ˈpudər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een fijn verdeelde vaste stofDe meeste poeders zijn kristallijn van aard, maar ook een glas kan gepoederd worden.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gruis’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Vertalingen
Engelspowder
Franspoudre
DuitsPulver, Puder
Spaanspolvo
Turkstoz
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek