poelet

/puˈlɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. goedkoop soepvlees
    Als vlees heb je iets goedkoops nodig: soepvlees, poelet,schenkel, een mergpijpje, of koppen en karkassen van kip, konijn.Ook de afgekloven botten van gebraden kip geven veel smaak. Reken voor een krachtige bouillon 300 à 400 gram vlees plus 500 grambotten. Volkskrant Onno Kleyn 26 november 2005,
  2. stoofvlees gesneden in blokjes
    Het staat op de kaart van menig cafeetje of streekrestaurant in Limburg: zuurvlees (zoer vleis). Kern van dit traditionele gerecht is gemarineerd paardenvlees. Dat stuit sommigen misschien tegen de borst, maar u moet wel bedenken dat poelet (in dobbelstenen gesneden stoofvlees) van paard malser en minder pezig is dan dat van rund. NRC Annelène van Eijndhoven 25 april 2005

Etymologie

*uit het Frans

Vertalingen

Engelssoup meat