poema

mannelijk (de)/ˈpuma/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roofdieren (roofdieren) bepaald soort zoogdier, , groot katachtig roofdier, dat in geheel Midden– en Zuid Amerika leeft

Etymologie

*van "puma", van "puma", in de betekenis van ‘katachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1770

Vertalingen

Engelspuma, cougar
Franspuma
DuitsPuma
Spaanspuma
Italiaanspuma
Portugeessuçuarana, puma, onça parda
Russischпума
Poolspuma
Zweedspuma
Deenspuma