poets

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grap die men met iemand uithaalt (vooral in de uitdrukking [iemand] een poets bakken)
    Zij hadden hem een flinke poets gebakken.
  2. huishouden (huishouden) vloeibaar hulpmiddel om iets mee te poetsen
    Breng de poets erop aan.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘grap’ voor het eerst aangetroffen in 1671

Vertalingen

Franstour