poets
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grap die men met iemand uithaalt (vooral in de uitdrukking [iemand] een poets bakken)Zij hadden hem een flinke poets gebakken.
- (huishouden) vloeibaar hulpmiddel om iets mee te poetsenBreng de poets erop aan.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘grap’ voor het eerst aangetroffen in 1671
Vertalingen
Franstour
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek