poging

vrouwelijk (de)/ˈpoɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een daad waarmee men tracht een doel te bereiken
    Zij deden een poging de invallers te verdrijven, maar slaagden er niet in.
    Bergmans poging de baby te wurgen mislukte - in zijn autobiografie beschrijft hij hoe hij op een stoel was geklommen om bij haar wiegje te komen, maar uitgleed en op de grond viel.
    Er ligt geen vermoeidheid of jaloezie aan ten grondslag, maar een poging tot identificatie: 'Op die manier lukt het hem beter', schrijft Boer, om 'de jongste een plaats in het emotionele leven te geven'.

Etymologie

* van pogen

Vertalingen

Engelsattempt, effort, test
Spaansafán, esfuerzo, gestión