polarisatie

vrouwelijk (de)/polariˈza(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) het polariseren
    Hoe meet je de polarisatie van een magneet?
  2. sociologie (sociologie) het binnen de samenleving en/of politiek sterker en duidelijker worden van maatschappelijke tegenstellingen
    Er is veel polarisatie binnen de samenleving.
    48 miljoen kinderen niet gevaccineerd, mede door desinformatie en politieke polarisatie [https://www.nrc.nl/nieuws/2023/04/20/48-miljoen-kinderen-tussen-2019-en-2021-niet-gevaccineerd-mede-door-desinformatie-en-politieke-polarisatie-a4162585 www.nrc.nl (20 apr 2023)]
    Aan deze kant van de Atlantische Oceaan wordt het politieke landschap gekenmerkt door een versterking van radicale antidemocratische, neofascistische krachten; door onliberale democratieën en autoritaire, racistische, antimoderne partijen; maar ook door polarisatie, pessimisme en ja, cynisme ten opzichte van het heersende systeem waarvan grote delen van de Europese bevolking vinden dat het hen niet langer vertegenwoordigt. [https://www.nrc.nl/nieuws/2025/05/23/het-overmoedige-westen-is-in-zijn-eigen-sprookje-gaan-geloven-a4894426 www.nrc.nl (23 mei 2025)]

Etymologie

* Afgeleid van polariseren

Vertalingen

Engelspolarisation, polarization
Franspolarisation
Spaanspolarización