poliep

mannelijk/vrouwelijk (de)/poˈlip/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor neteldieren in het stadium waarin ze de vorm hebben van een krans van tentakels rond een mondopening die via een buis aan de voet is verbonden
  2. medisch (medisch) gezwel (op het slijmvlies)
  3. dierkunde, verouderd (dierkunde) (verouderd) benaming voor koppotige dieren

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘woekering’ voor het eerst aangetroffen in 1906

Vertalingen

Engelspolyp
Spaanspólipo